De wazigheid en scherpte
Een lichtpunt wordt nooit perfect op de sensor geprojecteerd. De wetten van de optica transformeren het in een klein rondje: de wazigheidscirkel. Zolang dit rondje klein genoeg is (ongeveer 0,02 mm), kan het oog een scherp punt zien.
Een hoogwaardige sensor vereist een objectief dat zeer kleine wazigheidskringen kan projecteren om zijn potentieel te benutten. Daarom is een kwaliteitsobjectief essentieel voor moderne sensoren.
Difractie: de fysieke limiet
Hoe kleiner de diafragma (f/waarde), hoe meer het licht zich verspreidt. Vanaf f/16 neemt de scherpte aanzienlijk af. De optimale waarde ligt meestal tussen f/5,6 en f/11.
Toepassing onderwater
In macro-fotografie biedt f/8 tot f/11 de beste balans tussen scherpte en diepte van het beeld. Bij groothoek: f/5,6 tot f/8 om zoveel mogelijk natuurlijk licht te benutten. Het raam van de duikboot vormt een optische interface: platte ramen veroorzaken aberraties, terwijl dome-ramen deze corrigeren voor groothoeken.
Optische aberraties
Kromastisch: paarse/groene strepen in gebieden met veel contrast. Geometrisch: vervorming (bij groothoek) of een "cusp" (tele). Vignetting: donkere hoeken. Onder water is het kiezen tussen een plat raam of een dome-raam cruciaal om deze effecten te minimaliseren.
